AkzoNobel  Functional Chemicals in Deventer is een enthousiaste klant van het Limburgse Evilim, waarvan WML en Evides aandeelhouder zijn. Wat goed is, heeft geen grenzen zouden we haast denken, hoewel de hele waarheid is dat Evilim manager Cock Mudde hier een klant uit zijn verleden aan zijn nieuwe bedrijf heeft toegevoegd. Hoe het ook zij: AkzoNobel is zeer tevreden over de Limburgse inbreng. We spreken in Deventer niet alleen Cock Mudde, maar ook Elbert Kruk , die verantwoordelijk is voor het water dat AkzoNobel hier zelf wint.

 

Kruk: “We maken hier peroxides die gebruikt worden in de polymeerindustrie. Bij dat productieproces is  veel water nodig. Er wordt onder andere een grote hoeveelheid ijs gebruikt. Omdat we het vanuit milieuoogpunt niet verantwoord vonden om daarvoor kraanwater te gebruiken en omdat we ook meenden dat het goedkoper kon, hebben we er in het verleden voor gekozen om zelf water op te gaan pompen. We zitten hier vlak bij de IJssel, dus we hoefden maar 32 meter diep te gaan om bij het grondwater te komen. Op die manier brengen we zelf jaarlijks ruim voldoende  water naar boven.”

 

Kruk vertelt dat dit opgepompte water echter teveel vervuiling bevat om zondermeer gebruikt te worden in het productieproces: “Er zit met name teveel ijzer en teveel mangaan in. Daarom staat hier op het terrein een waterzuiveringsinstallatie met twee filters die het water op de juiste kwaliteit brengt. Het beleid binnen ons bedrijf is dat je uitbesteedt wat niet direct bij je core business hoort. Waterzuivering is daar een voorbeeld van. Daarom hebben we het reinigen van ons productiewater uitbesteed aan een externe partij.” Cock Mudde: “Dat is sinds kort Evilim. Wij voelen ons betrokken bij deze installatie en zorgen ervoor dat hij probleemloos loopt. Uiteraard is er een back up van gewoon kraanwater, maar vanwege het milieu en de kosten, wil je dat zien te voorkomen. Daarom plegen we structureel onderhoud op de installatie. Ik ben er trots op dat we dit contract getekend hebben  en zal er voor zorgen dat we AkzoNobel niet teleurstellen.”